Iets nieuws leren kunnen we alleen als we onze comfortzone durven te verlaten.
In de stretch/leerzone kunnen we experimenteren, ervaring opdoen en mogen we falen.
In de stress/paniekzone blokkeren we en kunnen we niet meer leren.

comfortzone vs leerzone vs paniekzone

Elk mens heeft een comfortzone: die plek waar je je prettig en veilig voelt; het is de plek waarvan je weet: wat daar van mij gevraagd wordt dat kan ik aan.

Echter: binnen de comfortzone leer je geen nieuwe dingen en sta je stil in ontwikkeling en persoonlijke groei. De buitenwereld staat echter niet stil en vraagt voortdurend van ons dat we sneller/efficiënter leveren en dat we de kwaliteit van onze producten en dienstverlening verhogen.

Medewerkers snappen dit best wel, ze zijn tenslotte zelf ook consumenten en in die rol eisen ze ook steeds meer waar voor hun geld van de organisaties waar zij hun inkopen doen.

Om te zorgen dat jouw organisatie aan die voortdurend veranderende eisen van de buitenwereld kan blijven voldoen is het de taak van een teamleider/manager om zijn teamleden uit te dagen en te coachen tot steeds betere prestaties.

Verband tussen uit de comfortzone stappen en de leiderschapsstijl “play to win“

Iemand uitdagen buiten de comfortzone te stappen doe je niet door hem met geweld eruit te duwen maar door hem te verleiden kleine stapjes te zetten, ervaring op te doen en te leren van fouten. Mensen zijn daartoe alleen bereid als jij “playing to win” als leiderschapsstijl hanteert.

Leiderschapsstijl Playing to win

Playing to win is een maatwerk aanpak waarbij je, als leidinggevende de juiste balans zoekt tussen de zorgende, interesse en begrip tonende kant (=caring) en de inspirerende, uitdagende kant (=daring). Als die balans goed is komen medewerkers tot uitzonderlijke prestaties en gaan ze steeds meer eigenaarschap vertonen.

Het is de enige manier om mensen duurzaam te coachen en te coachen en te leiden in tijden van voortdurende veranderingen

Hoe leer je je kind fietsen?

  1. Uitgangspunt is dat je eerst vertrouwen hebt opgebouwd: oefenen van iets nieuws gebeurt in kleine stapjes. Dus je monteert eerst zijwieltjes en de eerste paar rondjes loop je er als ouder naast. Als het kind wat meer gevoel voor fietsen krijgt kun je kijken wat er gebeurt als het een paar meter alleen fietst terwijl je wel in de buurt blijft. Mocht het kind toch onverhoopt tegen een stoeprandje oprijden dan bij je er snel bij en je troost je kind eerst. Pas daarna stellen jullie samen vast dat het meevalt en dan gaat het fietsen weer verder totdat het kind los kan fietsen.
  2. Je zet je kind op de fiets (zonder zijwieltjes) loopt een stukje mee en geeft dan de fiets een flinke duw en je roept: TRAPPEN! Duidelijk is dat de caring component hier ontbreekt!

Nadenkvraag: Hoe vaak zeg jij tegen een medewerker: “ik weet dat jij het kunt”, zullen we daar samen eens een plannetje voor maken om te zorgen dat je het snel onder de knie krijgt?