Je weet dat je meer moet loslaten, maar tegelijk denk je: als ik het niet oppak, gebeurt het niet.
Je werkt zorgvuldig, ziet snel waar risico’s ontstaan en legt de lat hoog — voor jezelf én voor je team. Dat heeft je ver gebracht. Mensen weten wat ze aan je hebben. Je bent betrokken, betrouwbaar en altijd bereid om bij te springen wanneer dat nodig is.
Juist omdat jij ziet waar het mis kan gaan, blijf je er dicht bovenop zitten. Niet omdat je je mensen niet vertrouwt, maar omdat kwaliteit voor jou belangrijk is. En vaak kun jij het sneller. Soms ook beter. Daardoor ben je op steeds meer plekken nodig, en merk je dat dat begint te wringen. Vragen komen steeds weer bij jou terecht, vooral als het spannend wordt.
Als je vooruitkijkt, weet je dat je dit niet eindeloos kunt volhouden. De vraag is dus niet óf je moet loslaten, maar hoe.
Het antwoord zit niet in minder betrokken zijn, maar in ruimte maken voor eigenaarschap binnen je team. In vakmanschap. In mensen die zelf verantwoordelijkheid leren nemen.
Die ruimte ontstaat zodra jij ander gedrag laat zien. Door niet meteen in te springen. Door even af te wachten. Door anders te reageren op vragen, fouten en onzekerheden. En precies daar zit de spanning: dingen gebeuren dan niet altijd meer op jouw manier. Soms langzamer. Met omwegen. En af en toe met fouten.
Dat voelt ongemakkelijk, zeker wanneer jij de kwaliteit, veiligheid of deadlines bewaakt. Maar loslaten betekent niet dat je de lat verlaagt. Het betekent dat je stopt met alles zelf dragen, en meer gaat overdragen.
Zolang jij elke lastige beslissing naar je toe trekt, leert je team één ding: als het spannend wordt, gaat het naar de leidinggevende. Jij hebt het immers altijd opgelost. Daarmee vergroot je, zonder het te willen, afhankelijkheid in plaats van zelfstandigheid.
Loslaten begint daarom bij jezelf. Bij wat jij doet op het moment dat iemand met een vraag binnenkomt. Bij de neiging om direct een oplossing te geven. Bij dat zinnetje: ‘Laat maar, ik doe het wel.’
Wat dan helpt, is geen nieuw model of slimme techniek, maar een andere eerste stap. In plaats van oplossen ga je onderzoeken. In plaats van overnemen ga je vragen stellen, zoals:
Wat denk je zelf dat een goede volgende stap is?
Waar loop je precies op vast?
Wat heb je nodig om dit zelf af te ronden?
Dat voelt misschien vertragend, maar op de langere termijn gebeurt juist het tegenovergestelde. Mensen gaan nadenken, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen — niet omdat jij dat afdwingt, maar omdat jij ruimte geeft.
En ja, soms gaat het mis. Dat hoort erbij. Vakmanschap ontstaat niet door perfectie, maar door oefenen in de echte praktijk. Door fouten te mogen maken en ze samen te herstellen. Dat is geen zwakte, dat is professioneel werken.
Loslaten is dus geen kwestie van minder betrokken zijn. Het is juist dieper betrokken zijn, maar op een andere manier. Je stuurt minder op elke handeling, en meer op richting, kwaliteit en eigenaarschap.
Misschien is dat wel de grootste stap: accepteren dat je team kan leren wat jij nu nog oplost.